donderdag 23 januari 2014

Spraakachterstand: een verhaal leren vertellen

Voldoende woordenschat, een besef van tijd, logisch denken en kunnen structureren. Allemaal vaardigheden die nodig zijn voor het vertellen van een verhaal.

Veel kinderen met een taalachterstand hebben hier moeite mee. Deze vaardigheid kun je oefenen met behulp van foto's van gebeurtenissen, zogenaamde reeksen.

Je kunt de kaarten op verschillende manieren gebruiken:
-je legt een verhaaltje neer met een aantal kaarten en vertelt aan je kind wat er gebeurt. Daarna vertelt je kind zelf wat het ziet op de foto's. Je kunt hierbij helpen door de verbindingswoordjes voor te zeggen, zoals: eerst, daarna , en toen...
-Je geeft de kaarten aan je kind en die moet het in de juiste volgorde leggen. Daarna kan het vertellen wat er gebeurt op de plaatjes.

Deze kaarten zijn te koop, maar je kunt ze ook makkelijk zelf maken. Maak bijvoorbeeld een serie foto's van dingen die je kind zelf meemaakt, zoals tandenpoetsen, in bad gaan of een uitstapje. Het beste is om eerst te beginnen met een reeks van 2 foto's zodat je kind een succeservaring op kan doen en daarna langzaam op te bouwen naar langere reeksen van 4,5 of 6 foto's.